De eekhoorn

Eekhoorns zijn vooral in de vroege ochtend en namiddag actief.

Ze kunnen goed springen en klimmen en bewegen zeer behendig tussen bomen en takken. Daarbij gebruiken hun staart als evenwichtsorgaan. De eekhoorn daalt altijd met de kop naar beneden van een boomstam af. Eekhoorns kunnen prima zwemmen.

Hoewel ze in de winter minder actief zijn, kennen eekhoorns geen winterslaap . Bij regen, storm, ijzel of wanneer er een dik pak sneeuw ligt, blijft de eekhoorn (hooguit enkele dagen) in zijn nest. Met name in de herfst eten ze extra veel om een vetreserve aan te leggen en leggen ze voedselvoorraden aan om de wintermaanden door te komen. Eekhoorns verstoppen voedsel in de grond maar ook in boomholtes of de oksel van een boomstam. De plek waar ze hun voedsel hebben verstopt (slechts enkele noten bij elkaar) kunnen ze dankzij hun reukvermogen weer opsporen. Doordat eekhoorns echter niet alle voedsel terugvinden, dragen ze bij aan de verspreiding van boomzaden in het bos. Eekhoorns ‘stelen’ geen eten van soortgenoten. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit boomzaden zoals eikels, noten en kegels van naaldbomen. Ook eten ze als aanvulling daarop (afhankelijk van het jaargetijde) knoppen, bladeren, bessen, schors, paddenstoelen, rupsen, vogeleieren en jonge vogels.

Eekhoorns zijn knaagdieren. Een kenmerk van knaagdieren is dat hun tanden hun hele leven door blijven groeien. Daarom moeten ze op harde voorwerpen knagen. Dat gebeurd het openknagen van de harde doppen van bijvoorbeeld hazelnoot en walnoten.

Ook knagen ze wel op botten en afgeworpen geweien, die ze vinden in de natuur.

Eekhoorns leven alleen en hebben een eigen leefgebied waarbinnen voedsel wordt gezocht. Deze leefgebieden kunnen elkaar overlappen, alleen het slaapnest wordt verdedigd. De territoria van mannetjes zijn groter dan die van vrouwtjes. In de paartijd slapen mannetje en vrouwtje geregeld in eenzelfde nest maar zodra de jongen geboren zijn wordt het mannetje niet meer bij het nest geduld.

Eekhoorns bouwen nesten in bomen die vooral in de winter, wanneer er geen blad aan de bomen zit, goed waarneembaar zijn. Het nest is bolvormig, zo groot als een voetbal en heeft een doorsnede van 30 tot 50 cm. Het wordt op minstens 5 meter boven de grond gebouwd. Van binnen zijn de nesten bekleed met zacht materiaal zoals bast, gras, mos of wol. Tijdens het verzamelen van dit materiaal proppen ze zoveel mogelijk in hun bek en brengen het zo naar hun nest. Soms gebruiken ze ook boomholten, oude kraaien- of eksternesten of grote nestkasten als nestplaats. Naast één hoofdnest zijn ook vijf tot zes kleinere ‘reservenesten’ in

gebruik. Soms bouwen eekhoorns nesten hoog in de boomkroon. Daardoor kan verwarring met eksters kan ontstaan, maar de eekhoorn gebruikt twijgen met bladeren en deze takken zijn dunner dan de takken die eksters doorgaans gebruiken.

Al in februari worden er op de Veluwe jonge eekhoorns geboren (elders in Nederland vaak wat later), gevolgd door een tweede worp in mei/juli. Maar ook in de periode daar tussen kunnen er jongen geboren worden.

Een worp omvat 2 tot 6 jongen. Na 28 dagen gaan de oogjes open. De jongen blijven 10-12 weken bij hun moeder. Daarna moeten ze voor zichzelf zorgen.

Jonge eekhoorns moeten in die korte tijd veel leren en kunnen soms in de problemen raken. Bijvoorbeeld door de kap van bomen, het uit de boom of nesten vallen tijdens het spelen omdat de nog niet zo heel behendig zijn, of doordat het net door vogels wordt geplunderd.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer berichten